Kleurengenetica

Inleiding

De Engelse Cocker Spaniel is er in vele verschijningsvormen op het gebied van kleur, aftekening en patroon, zoals U kunt zien op de pagina van de KLEUREN. Ik wil op deze pagina uitleggen hoe deze tot stand komen en hoe deze vererven. Ik zal de uitleg over de kleurengenetica bij de Engelse Cocker Spaniel in gedeelte's op de website plaatsen. En ik begin met eerst een korte uitleg over genetica in algemene zin bij de hond en zo enkele begripen verklaren die ook voor de kleurvererving van belang zijn.

Chromosomen en Genen

Elk levend wezen is opgebouwd uit cellen. En in de celkern bevinden zich de chromosomen. En bij de hond zijn er van elk chromosoom twee exemplaren, Een exemplaar is afkomstig van de vader, en een van de moeder. Een chromosoom is dus bij de hond altijd in paren aanwezig en dat noemen we diploïd. En een hond noemen we dan ook een diploïd organisme. Elke cel bevat bij de hond 39 paren chromosomen, 78 chromosomen in totaal. De chromosomen zijn onder te verdelen in 38 paar Autosomen en 1 paar geslachtschromosomen. Een teefje heeft altijd twee X chromosomen en een reutje 1 X chromosoom en 1 Y chromosoom. Het teefje geeft dus altijd aan de nakomelingen het X chromosoom door, het reutje kan zowel de X als de Y chromosoom doorgeven en bepaald daarmee dus het geslacht van de nakomelingen.

Chromosomen zijn voor te stellen als lange strengen en bestaan uit een stof die we DNA (desoxyribonucleïnezuur) noemen.En in dit DNA ligt de code opgeslagen waarin alle erfelijke eigenschappen zijn vastgelegd. Op de ene chromosoom bevinden zich de genen die van de vader afkomstig zijn, op het tweeling chromosoom (het homogolene chromosoom) bevinden zich de genen voor dezelfde eigenschap die van de moeder afkomstig zijn.

De plaats waar een gen zich op de chromosomen bevindt heet locus (locus: Latijn voor 'plaats', meervoud van locus is: loci). Voor iedere eigenschap bij de hond zijn dus twee genen verantwoordelijk. Meestal is één van deze genen overheersend over het andere gen. Met andere woorden aan de buitenkant is slechts één gen zichtbaar (het zichtbare noemen we het FENOTYPE van de hond), terwijl het andere gen ook aanwezig is maar als het ware gemaskeerd wordt door het dominante gen (het totale genetische pakket van de hond noemen we het GENOTYPE). Het overheersende gen noemen we dominant, het andere (meestal onderdrukte) gen wordt recessief genoemd. Om deze genen en hun eigenschappen te beschrijven gebruiken we om het allemaal eenvoudiger te maken code letters. Deze letters komen dus voor een bepaalde eigenschap altijd in tweevoud voor (één van de vader en één van de moeder). Dominante gen wordt met een hoofdletter aangeduid, recessieve variant van hetzelfde gen duiden we aan met een kleine letter. De verschillende varianten van hetzelfde gen worden allelen genoemd. Twee hoofdletters staat voor homozygoot dominant voor een eigenschap , twee kleine letters voor homozygoot recessief voor een eigenschap en 1 hoofdletter en 1 kleine letter voor heterozygoot voor een eigenschap. Als de beide allelen indentiek zijn, dan zeggen we dus dat de hond homozygoot is voor dat gen en is deze eigenschap (en dus ook als deze recessief is) altijd zichtbaar in het Fenotype van de hond. Als de beide allelen verschillen, spreken we van een heterozygoot organisme voor dat gen, en is alleen het dominante allel van deze eigenschap zichtbaar in het fenotype van de hond en wordt het recessieve allel onderdrukt maar is dus wel aanwezig in het genotype van de hond. En kan deze hond deze recessieve eigenschap dus wel vererven. En als bij beide ouders hetzelfde recessieve allel aanwezig is, kan deze eigenschap tot uiting komen.

Pigment

Behalve de genetica is het voor de kleurvererving en het begrip kleur ook belangrijk om te weten dat er bij de hond en dus ook bij de Engelse Cocker, twee soorten pigment voorkomen.Het donkere pigment(eumelanine) dat in de kleuren zwart en bruin voorkomt en het lichte pigment (Phaeomelanine) wat kan varieren in intensiteit van licht geel tot diep donkerrood. Het Eumelanine uit zich in de kleur van de vacht en de huid en slijmvliezen. Het Phaeomelanine uit zich alleen in de vacht en niet in de huid en de slijmvliezen. Het Phaeomelanine kan zich in het gehele gepigmenteerde gedeelte van de vacht uiten of op bepaalde vaste plekken zoals b.v het Tanpatroon!

Loci

Loci is meervoud van Locus en dat is dus de plaats waar een gen zich op de chromosoom bevind. Voor de kleurengenetica zijn bij de Engelse Cocker Spaniel de volgende Loci van belang; de E-Locus, de B- Locus, de K-Locus, de A-Locus, de S-Locus, de R-Locus en de T-Locus. Op de E en B Locus wordt bepaald welk pigment (Eumelanine of Phaeomelanine) zich kan tonen in de kleur van de vacht en dat kan zwart, bruin of rood zijn en welke kleur zich toont op de neus en dat kan zwart of bruin zijn.
Op de S-Locus wordt weer bepaald of er wel of geen witte aftekeningen in de vacht aanwezig zijn (dus Eenkleur of Bont), de R en T-Locus bepaald weer of deze witte aftekening zich vermengen met gepigmenteerde haren (Roan) of dat in de witte delen ook kleine gepigmenteerde spots (Ticking) aanwezig zijn. En op de A-Locus en de K-Locus wordt weer bepaald of naast het Eumelanine zich ook Phaomelanine laat zien in de vorm van het Tan patroon zoals we dat ook bij de Cocker kennen. Verder is van belang om te beseffen dat Kleur, Aftekening en Patroon onafhankelijk van elkaar vererven. En dat betekent dat Tan (is patroon) zich zowel bij de Eenkleur als Bont kan laten zien, en dat de kleuren Zwart, Bruin of Rood bij de Bonten hetzelfde vererft als bij de Eenkleur.

De E en B-Locus

Op de E locus wordt de aan of afwezigheid geregeld van Eumelanine in de vacht. Cockers met tenminste 1 dominant E allel (dus EE of Ee) laten dus normaal ontwikkeld Eumelanine in de vacht zien, en dat kan dus zwart of bruin zijn! Zijn er twee recessieve e-allelen (ee) aanwezig dan zal in de vacht geen eumelanine aanwezig zijn maar het andere pigment het Phaeomelanine en zal de cocker een rode vachtkleur laten zien in de delen waar zich pigment bevind. Ik spreek hier even over Rood, maar het Phaeomelanine kan varieren van lichtgeel tot donkerrood. Men neemt nu aan dat de intensiteit hiervan bepaald wordt op de I-Locus! Het verschil in intensiteit van het Rood zien we ook bij de Engelse Cocker. Sommige rode cockers zijn heel donkerrood, andere zijn lichter van kleur en dan spreekt men vaak over Golden (bij de eenkleur) of Lemon (bij de Bonten). Het e-allel heeft verder geen invloed op de productie van Eumelanine in de huid zoals we kunnen zien aan de neusspiegel of de voetzooltjes.
De kleur van het Eumelanine in de vacht en huid wordt bepaald op de B-Locus. Cockers met tenminste 1 dominant B allel (dus BB of Bb) produceren zwart eumelanine. Zijn er echter twee recessieve b-allelen (bb) aanwezig dan zullen deze bruin eumelanine produceren en zowel het zwart als het bruine eumaline uit zich iig in de neuskleur en mogelijk ook in de vachtkleur afhankelijk dus van wat zich op de E-Locus bevind. Nu we weten hoe deze twee loci de kleur bepalen van de vacht en huid, kunnen we ook bekijken welke genotypes er mogelijk zijn bij de Engelse Cocker.
En ook kunnen we kijken hoe deze vererven, en dan kijk je eerst naar de E-Locus en dan naar de B-Locus, dit omdat de E-Locus mogelijk maakt op wat zich op de B-Locus bevind ook tot uiting kan komen in de vachtkleur!

Genotype :

Genotype Vachtkleur Neuskleur Verborgen kleur
EE/BB zwart zwart geen
EE/Bb zwart zwart bruin
EE/bb bruin bruin geen
Ee/BB zwart zwart rood
Ee/Bb zwart zwart bruin en rood
Ee/bb bruin bruin rood
ee/BB rood zwart zwart
ee/Bb rood zwart bruin
ee/bb rood bruin bruin

Vererving op de E-Locus :

Ouders Nakomelingen
EE x EE 100% EE
EE x Ee 50% EE 50% Ee
EE x ee 100% Ee
Ee x Ee 25% EE, 50% Ee, 25% ee
Ee x ee 50% Ee 50% ee
ee x ee 100% ee

Vererving op de B-Locus :

Ouders Nakomelingen
BB x BB 100% BB
BB x Bb 50% BB 50% Bb
BB x bb 100% Bb
Bb x Bb 25% BB, 50% Bb, 25% bb
Bb x bb 50% Bb 50% bb
bb x bb 100% bb

De bovenstaande tabellen zijn tot stand gekomen met behulp van de Punnet Square (Vierkant van Punnett), een handig visueel hulpmiddel om in te schatten waar je als fokker kans op hebt op qua genotype en fenotype van een bepaald gen op een bepaalde locus als je twee ouderdieren combineert. Stel je combineert twee ouderdieren waarvan je weet dat deze allebei Ee/Bb zijn (dus zwart tonen en drager van zowel bruin als rood), dan stel je eerst een Punnet Square samen van de E-Locus. En dat ziet er dan als volgt uit;

E e
E EE Ee
e Ee ee

In de linkerkolom zijn dus de twee E allelen van de ene ouderdier uitgesplitst en in de bovenste kolommen van het ander ouderdier. Hetzelfde doe je dan ook met de B-Locus';

B b
B BB Bb
b Bb bb

Je ziet nu dus dat je op de E-Locus, 50% kans (2x) hebt op Ee, 25% (1x) kans op EE en 25% kans (1x) op ee . En op de B-locus, 50% kans (2x) op Bb, 25% kans (1x) op BB en 25% kans (1x) op bb. En nu kan je deze twee Loci samen ook weer in een Punnet Square zetten, alleen nu zet je in de linkerkolommen de uitkomsten van de E-Locus, en in de bovenste kolommen de uitkomsten van de B-Locus;

BB Bb Bb bb
EE EE/BB EE/Bb EE/Bb EE/bb
Ee Ee/BB Ee/Bb Ee/Bb Ee/bb
Ee Ee/BB Ee/Bb Ee/Bb Ee/bb
ee ee/BB ee/Bb ee/Bb ee/bb

En nu kan je uit deze Punnet Square aflezen wat er genotypisch mogelijk is op de E en B locus, en je dus 16 mogelijkheden (waarvan enkele hetzelfde) krijgt. En leuker is natuurlijk dat je nu ook kan zien wat er fenotypisch mogelijk is en wat voor kleur zich kan uiten bij de pupjes. En in dit geval is er dus kans op 9/16e zwart, 3/16e bruin, 3/16e rood en 1/16e rood met bruine neus. Maar let op!....de kansberekening moet je wel per pup zien, dus elke pup heeft 9/16e kans om Zwart te laten zien, 3/16e kans om bruin te laten zien, 3/16e kans om rode vachtkleur met zwarte neus te laten zien en 1/16e kans om een rode vachtkleur met bruine neus te laten zien. Verder weet je ook niet altijd het Genotype van de ouderdieren, en dan wordt het altijd moeilijker om te voorspellen wat je kan krijgen. Je kan het Genotype van de ouders op de E en B locus alleen weten door erop te laten testen via DNA of doordat het duidelijk is door hun afkomst en wat ze zelf laten zien aan kleur of doordat wat men eerder heeft gegeven aan kleur.
Verder leert deze Punnet Square van twee ouders die beide Ee/Bb zijn, dat bij deze combinatie alle 9 mogelijke Genotypes op de E en B Locus ook mogelijk zijn! En dus uit twee zwarte ouderdieren dus zwart, bruin en rood geboren kan worden! Maar is een van de ouderdieren EE/BB dan doet het er niet toe wat de andere ouder is op de E en B-Locus alle pups zullen dan zwart tonen!
En dat geldt dus ook als je een rood ouderdier (dus ee op de E-Locus) combineert met een zwart ouderdier, deze zal dus 1 kleine e moeten hebben om naast zwart ook rood te kunnen verwachten. Heeft het zwarte ouderdier geen kleine e bij zich dan zullen alle pups dus zwart tonen! En dat geldt ook voor bruin, is een van de ouderdieren bruin (dus bb op de B-Locus) dan zal het zwarte ouderdier ook 1 kleine b moeten hebben om naast zwart ook bruin te kunnen verwachten. Is er bij het zwarte ouderdier geen kleine b aanwezig dan zullen alle pups dus zwart tonen! Om bruin of rood te verwachten uit een combinatie van twee ouderdieren moeten beide ouders dus voor rood allebei minstens een kleine e hebben en voor bruin moeten beide ouderdieren minstens een kleine b hebben.

Combineren we nu twee rode ouderdieren (die beide dus ee zijn op de E-Locus) met elkaar dan zullen we zien, ondanks wat men op de B-Locus is, alle nakomelingen hiervan een rode vachtkleur zullen laten zien;

BB Bb Bb bb
ee ee/BB ee/Bb ee/Bb ee/bb
ee ee/BB ee/Bb ee/Bb ee/bb
ee ee/BB ee/Bb ee/Bb ee/bb
ee ee/BB ee/Bb ee/Bb ee/bb

Combineren we nu twee bruine ouderdieren met elkaar dan zullen we met behulp van de volgende Punnet Square ook kunnen zien, dat er zowel nakomelingen met een bruine als rode vachtkleur (wel allemaal met bruine neus) geboren kunnen worden, afhankelijk wat zich op de B-Locus bevind;

bb bb bb bb
EE EE/bb EE/bb EE/bb EE/bb
Ee Ee/bb Ee/bb Ee/bb Ee/bb
Ee Ee/bb Ee/bb Ee/bb Ee/bb
ee ee/bb ee/bb ee/bb ee/bb

Combineren we nu een bruine met rood ouderdier, die beide drager zijn van elkanders kleur dan kan er zowel zwart, bruin, rood als rood met bruine neus geboren worden. Nu splisten we eerst weer even de E allelen van beide ouders en vervolgens ook de B allelen ;

E e
e Ee ee
e Ee ee

b b
B Bb Bb
b bb bb

Nu kunnen we weer in het linkerkolom de uitkomsten op de E-Locus zetten en in de bovenste kolom de uitkomsten van de B-Locus;

Bb bb
Ee Ee/Bb Ee/bb
ee ee/Bb ee/bb

En dan kunnen we zien dat er kans is van 25% op zwart (Bb/Ee), 25% kans op bruin (Ee/bb), 25% kans op rood (ee/Bb) en 25% kans op rood met bruine neus (ee/bb).
Verder is het nog even leuk en leerzaam om ook een Punnet Square te maken van een combinatie van een bruin ouderdier die geen rood draagt (dus EE/bb) en van een rood ouderdier die geen bruin draagt (dus ee/BB);

E E
e Ee Ee
e Ee Ee

b b
B Bb Bb
B Bb Bb

Nu kunnen we weer in het linkerkolom de uitkomsten op de E-Locus zetten en in de bovenste kolom de uitkomsten van de B-Locus;

Bb Bb
Ee Ee/Bb Ee/Bb
Ee Ee/Bb Ee/bb

En voila, alle pups zullen zwart tonen! Wel zullen alle pups dus drager zijn van zowel bruin als rood en dus allemaal Ee/Bb van genotype zijn!

Na het samenstellen van al deze Punnet squares en een overzicht te hebben van de genotypes die er op deze beide loci (de E en B-Locus) zijn kunnen we het volgende concluderen;
En dat is dat uit twee rode cockers alleen maar Rood geboren kan worden aan vachtkleur, de kleur van de neus is afhankelijk wat zich op de B-Locus bevind. Maar twee rode cockers zullen dus allebei een kleine e op de E-Locus meegeven aan hun nageslacht en zullen de pups dus altijd een rode vachtkleur laten zien, want twee kleine e's op de E-locus maakt het onmogelijk dat wat zich op de B-Locus bevind kan uiten in de vachtkleur. En combineer je een rode met een bruine cocker die allebei niet elkaars kleuren dragen dan zullen alle pups zwart tonen. Dragen ze elkaars kleuren wel dan is zowel Zwart, Bruin als Rood mogelijk. Twee bruine cockers kunnen zowel bruin als rood (maar dan altijd een rode cocker met bruine neus) aan hun pups geven maar er zal dus nooit Zwart geboren worden uit twee bruine. En uit twee zwarten kan dus alle mogelijke genotypes op de E en B locus geboren worden, afhankelijk wat zich op de E en B-locus bevind maar uit twee Zwarten die geen rood of bruin dragen zullen alle pup zwart tonen en geen andere kleuren bij zich dragen. En let op!....ik spreek hier steeds over Zwart, Bruin en Rood maar dat geldt dus ook voor Blauwschimmel (zwart), Leverschimmel (bruin) en Oranjeschimmel (rood) en voor de kleur-wit al dan niet met Ticking. De drie basiskleuren vererven bij deze verschillende aftekeningen hetzelfde als bij de Eenkleuren! Hoe deze aftekeningen tot stand komen, kan je weer in het volgende hoofdstuk lezen als ik het ga hebben over de S, R en T Locus!

De S,R en T-Locus

Op de S-Locus wordt geregeld of zich witte delen in de vacht aftekenen. Cockers met tenminste 1 dominant S-allel (SS of Ssp) hebben geen witte delen in de vacht en dan spreken we dus over een Eenkleur (Solid). Zijn er twee recessieve spsp allelen aanwezig dan zal de cocker een bonte aftekening laten zien in de vacht. Er zijn overigens meerdere recessieve s-allelen maar bij de cocker komt alleen het gen voor Piebald voor en deze worden sp-allelen genoemd. Verder is er dus de R-Locus wat bepaald of de cocker ook Roan draagt, maar alleen een bonte cocker, die dus spsp op de S-Locus is, zal dan ook Roan laten zien! En hetzelfde geldt voor de T-Locus, alleen een bonte cocker kan Ticking laten zien. Verder is van belang om te weten dat de volgorde van dominantie is, Eenkleur is dominant over alle bonte aftekeningen, Roan (schimmel) is dominant over Ticking en Open Markeringen en Ticking is dominant over Open Markeringen! En dat wil dus zeggen dat een Eenkleur alle bonte aftekeningen kan vererven, en dat een Roan (schimmel) zowel Ticking als Open Markeringen kan vererven, Ticking kan Open Markeringen vererven. Dus uit twee bonten kan dus nooit een Eenkleur geboren worden, en uit twee met Ticking kan nooit Eenkleur/Roan geboren worden en uit twee cockers met alleen Open Markering kan nooit een Eenkleur, een Roan of met Ticking geboren worden!

De A en K-Locus

Op de A-Locus en de K-Locus wordt bepaald of naast het Eumelanine zich ook Phaomelanine laat zien in de vorm van het Tan patroon. Het Tan patroon kenmerkt zich door dat de aftekening van het Phaomelanine zich op vaste, bepaalde plekken van het lichaam zich uit zoals boven de ogen, de neus, de voorbenen, de voetjes en onder de staart. En dat Tan patroon wordt geregeld op de A-Locus, en een cocker zal dan de allelen at/at bij zich dragen. Maar om dat Tan te laten zien zal deze cocker ook ky/ky moeten zijn op de K-Locus. Heeft de cocker een of twee grote K's bij zich dan zal het Tan niet tot uiting kunnen komen, en wil het Tan doorgegeven worden dan zal er dus minstens een kleine ky aanwezig moeten zijn! Uit twee ouderdieren die Tan tonen (dus kyky/atat), zullen ook alle nakomelingen het Tan laten zien! We kunnen overigens dat Tan patroon bij de cocker zowel zien bij de Eenkleuren (en dan spreken we b.v. over Black & Tan) als bij alle varianten van Bont (dus de Roans, de met Ticking en bij de Open Markeringen). Het Tan patroon vererft dan ook onafhankelijk van de kleur (zwart of bruin) en van wat zich op de S-Locus (wel of geen witte aftekening) bevind. Bij rode cockers (of oranjeschimmel, rood-wit met ticking of rood-wit) zal het Tan patroon niet tot uiting kunnen komen, omdat deze ee zijn op de E-Locus en dat verhindert wat zich op de A en K Locus bevind tot uiting kan komen. Deze kunnen het dus wel genetisch zijn of drager ervan, maar kunnen het niet laten zien.

Sable

Verder zie je bij de Engelse Cocker Spaniel soms ook het Sable patroon. Sable is alleen enkele jaren geleden tot ongewenste kleur verklaard. Maar goed, Sable komt voor en zal ook wel voor blijven komen, dus is het een beetje onzin om te doen alsof het niet voorkomt. Sable vererft bij de meeste andere rassen middels de A en K-Locus en een hond zal dan minimaal 1 Ay allel op de A-Locus moeten hebben en kyky op de K-Locus om Sable te tonen. Nu blijkt echter wat we bij de Cocker Sable noemen, op een andere manier vererft. En het Sable tot stand komt via de E-Locus en dan door het allel Eh. Het is mij alleen niet geheel duidelijk hoe het zich dan verhoudt tot de andere allelen op de E-Locus en ook hoe de vererving en de uiting tot stand komt. En ook of de benaming Sable voor dit verschijnsel wel de juiste is!

Het Genotype van Peggy!


Ik wil ook met Peggy (Kiss Me Quick From Luna's Star) even een voorbeeld laten zien van haar Genotype. Peggy is fenotypisch Zwart en een Roan, dus Blauwschimmel. Maar ik weet door haar afkomst en wat ze heeft doorgegeven aan haar pups ook haar genotype op de E-Locus, de B-Locus en de S, R en T locus. Peggy is op de E-Locus, Ee, want ze laat Eumelanine zien dus heeft ze een grote E en doordat haar moeder een Oranjeschimmel is, dus ee, heeft ze van haar moeder een kleine e gekregen. En heeft ze van haar vader dus de grote E gekregen. Op de B-Locus is ze Bb, want ze laat dus zwart Eumelanine zien dus een grote B en haar vader was een Leverschimmel, dus bb, en heeft ze van haar vader een kleine b meegekregen. En heeft ze van haar moeder dus de grote B gekregen. Verder toont ze Roan, en is dan op de S-Locus, spsp. Ook heeft ze een grote R (ze toont Roan) en een kleine r, omdat ze ook bonte nakomelingen heeft gehad die geen Roan toonde. En ook heeft ze grote en kleine T omdat ze zowel nakomelingen heeft gehad die Ticking toonde en nakomelingen met alleen Open Markeringen. Dus hieruit kunnen we concluderen dat haar genotype dus Ee/Bb/spsp/Rr/Tt is! Verder weet ik dat ze een grote K moet hebben omdat ze geen Tan toont. En ze heeft ook geen nakomelingen gehad die Tan toonde, maar dat hoeft alleen niets te zeggen of ze geen kleine k bij zich draagt! Ook is Peggy een mooi voorbeeld, van de jammergenoeg veel gehoorde veronderstelling dat als je leverschimmel (dus bruin) x oranjeschimmel (dus rood) doet je pigmentverlies krijgt. Een veel donkerder Blauwschimmel als Peggy zul je haast niet tegenkomen, dus waarin dat pigmentverlies bij haar zit, is mij niet duidelijk!

Persoonlijke Noot!

Er gaan in de honden en cockerwereld nog weleens verschillende verhalen in de rondte wat betreft kleur en kleurvererving. En ook onstaan er vaak vele misvattingen doordat men bij elk ras qua kleuren en kleurgenetica vaak zijn eigen terminologie gebruikt voor een en hetzelfde verschijnsel of juist dezelde benamingen voor andere verschijnselen. Bij de cocker spreken we bv over Schimmel terwijl we dan dus Roan bedoelen, bij andere rassen wordt Schimmel juist weer gebruikt voor honden met Ticking. Ook spreken we bij de cocker bv over Blauwschimmel, terwijl in andere rassen men het woord Blauw gebruikt voor verdund zwart. Verder wordt bij de cocker vaak Bont gebruikt voor een cocker met Open Markeringen maar ook een cocker die Roan (Schimmel) toont is een Bonte cocker!

Bij de cockers (en ook bij sommige andere rassen) leeft jammergenoeg het misverstand dat bruin x bruin of bruin x rood pigmentverlies zou geven. Maar wil je pigmentverlies/verdunning krijgen in de kleur (dus een lichter bruin bijvoorbeeld) dan moet er sprake zijn van twee kleine d's op de D-Locus van Dilution (verdunning)...en deze kan zich dan zowel bij Zwart als Bruin voordoen. Zoals je bv ziet bij de Duitse Doggen (Blauw, dus verdunt zwart) of de Weimaraner (grijs/isabella, en is dus verdunt bruin). Bij de cocker komt er echter geen Dilution voor (dus aanwezig zijn van twee kleine d's op de D-Locus). En bruin is dus geen verdunt zwart. Er zit gewoon verschil qua struktuur in de pigmentkorrels van het Eumelanine, en zowel het zwart als het bruine eumelanine kan zich dus verdunnen! En in veel rassen, zoals bv de Sussex spaniel of de Heidewachtel, doet men niks anders dan Bruin x Bruin en je ziet daar toch echt geen problemen qua pigmentverlies...ze worden niet steeds lichter bruin kwa vachtkleur of steeds lichter bruin wordende neuzen. Een bruine of bruinbonte cocker heeft verder gewoon een bruine neus en deze zijn dus lichter van kleur als van een zwarte of zwartbonte cocker. En ja, daar kunnen wel gradaties in zijn, maar de afstamming is daarvoor niet bepalend. Ik heb zelf bv een leverschimmel pupje gefokt uit twee blauwschimmels met een vrij lichte bruine neus. Waar je wel pigmentverlies ziet bij de neuskleur zijn bij rode cockers (of oranjeschimmel of rood-wit) maar dit komt simpelweg doordat ze ee zijn op de E-Locus, ongeacht hun afstamming (of beter gezegd wat ze zijn op de B-Locus, BB,Bb of bb). Twee kleine e's voorkomt dus dat Eumelanine zich kan uiten in de vachtkleur maar werkt toch ook enigzins door in de huidskleur als bv de neus. En na ongeveer een jaar zie je bij elke rode/roodbonte cocker het pigment van de neus vervagen. Ook zijn rode en roodbonte cockers gevoeliger voor nvloeden van het seizoen, de zg wisselneus! En dat gebeurt zowel bij een rode cocker die bruin is op B-Locus (dus bb) als bij een rode cocker die zwart is op de B-Locus(dus BB of Bb). En bij een rode (of roodbonte) cocker geboren met bruine neus, zie je het bruin soms zelfs vervagen tot Roze. En dat vind men vaak (en ik ook ) niet mooi, maar er kleven verder geen gezondheidsrisico's aan. En ja, bij de cocker komen nu eenmaal zwart, bruin en rood voor en er kan dus zelfs een rode (of roodbonte) cocker geboren worden met bruine neus uit twee zwarte (of zwartbonte) cockers die beide zowel bruin als rood dragen. Het is er nu eenmaal en het zal er ook altijd blijven. En ja, met bv Rood x Bruin...zullen als beide ouderdieren elkanders kleur niet dragen alle pups zwart zijn...en zoals ik met Peggy al aangaf, waar zit dan het pigmentverlies?? Het blijft verder gewoon jammer dat men nog steeds zoveel waarde hecht aan kleur en er ook allerlei dingen bijhaalt die er niet zijn. En ja, de meeste gezondheidswinst bij elke rashond en dus ook de cocker, is te behalen door de genenpoot te verbreden ipv te versmallen door bv zo op kleur te selecteren! Ik vind het ook erg jammer dat men, zeker in Nederland, nog zo moeilijk blijft doen ook over bv het combineren van Eenkleur met Bont. Het risico is gewoon dat je simpelweg dan twee rassen aan het creeeren bent met dus een smallere genenpool met alle gezondheidsrisico's vandien! De veronderstelling dat Eenkleur zou verdwijnen dan, is gewoon pertinente onzin. Dat kan gewoon niet...Eenkleur is een dominante eigenschap en dat verdwijnt niet zomaar, dat verdwijnt alleen als je er helemaal niet meer mee zou fokken! Er is wat meer kans op kleurfoutjes of beter gezegd aftekeningfoutjes, de eenkleur zou soms wat meer ongewenste witte plekjes kunnen laten zien...maar is dat erger dan door een steeds smallere genenpool steeds meer kans op erfelijke afwijkingen??

copyright © Bibi Bermon